Het historische jaar 1968 staat in het teken van revolutie. Martin Luther King Jr. wordt vermoord, fel studentenprotest in Parijs, massaal protest tegen de oorlog in Vietnam, de Praagse Lente en ga zo maar verder. Maar ook in Rotterdam zijn er belangrijke veranderingen. Zo strikt Feyenoord toekomstig clubicoon Willem van Hanegem. Maar 1968 is ook het jaar waarin Rotterdam een metro krijgt.

Op 9 februari is het zover. Om 11.20 vertrekken prinses Beatrix en prins Claus met de metro van het Centraal Station naar ‘De Boerenzij’ met als eindbestemming Zuidplein. Met slechts 5,9 kilometer is het de kortste metrolijn in de wereld. Maar goed, Rotterdam zet wel de toon voor de renaissance van het openbaar vervoer in Nederland met de komst van de eerste metro.

 

 

Kameel

Rotterdammers denken niet zozeer in mijlpalen, maar in heipalen. En die zijn er genoeg geslagen voor de metro. Vooral op Zuid waar de metro boven de grond komt. Daar moet een viaduct komen. Flatbewoners die rondom Zuidplein ende Mijnsherenlaan wonen horen en zien acht jaar lang de zware kogels van de heimachines.

Uiteraard zijn er net als bij elk bouwproject klachten over lawaaioverlast, maar ook uitbaters op Zuid vinden lange tijd de komst van de metro niet zo gers. Cafés als Spork, De Lijn, Casanova en Viking rondom de Hillelaan zien hun omzet dalen. Een pintje op Zuid halen blijkt een lastig karwei met al die bouwputten.

Maar niet alleen op de Linker Maasoever wordt de grond omgespit. Ook de Coolsingel is vele jaren een diep kanaal. Lange tijd moet het winkelpubliek via houten planken de bouwputten omzeilen. Het valt goed te begrijpen dat Wim Kan ooit zei dat je in Rotterdam alleen per kameel het theater kan bereiken vanwege de vele zandbergen die er altijd liggen.

Een metrokanaal in de Coolsingel
Bron afbeelding: Eric Koch, Nationaal Archief, Anefo, CC0 (1963).

Wederopbouwbloed

Maar een echte Rotterdammer zeurt niet over zandbergen, bouwputten of heimachines. Bij een Rotterdammer stroomt wederopbouwbloed door z’n aderen en zijn ze trots op hun stad die als een moderne metropool de blik op de toekomst heeft gericht.

Zo organiseert de RET vanaf 1946 zogenaamde ‘Wederopbouwritten’ die lange tijd erg populair zijn. Met busritjes kunnen Rotterdammers, en bezoekers van buitenaf, allerlei bouwprojecten bezoeken. Maar ook de populariteit van de jaarlijkse Opbouwdag rond 18 mei symboliseert lange tijd het enthousiasme om met z’n allen de schouders eronder te zetten en van Rotterdam iets moois te maken.

De koninklijke familie doet mee aan touwtjetrekken tijdens Opbouwdag
Bron afbeelding: Joop van Bilsen, Nationaal Archief, Anefo, CC0 (1949).

Dubbeltjes

En dat het ongeveer acht jaar heeft geduurd en 200 miljoen gulden heeft gekost voordat de metro komt, dat is het allemaal voor vele Rotterdammers waard. De metroverbinding is ook broodnodig vanwege de vele files om van Noord naar Zuid (of andersom) te komen. Rotterdam slibt dicht en de metro biedt uitkomst waarmee ongeveer 1200 mensen tegelijk voor 50 cent per rit vervoerd kunnen worden.

Nu vijftig jaar verder is er veel veranderd. Je kunt allang niet meer met dubbeltjes betalen in het tijdperk van de ov-chipkaart, maar Rotterdam heeft ook geen ‘kleintje’ meer als we het hebben over het metronetwerk. De kenmerkende gele ‘M’ is van Spijkenisse tot in Den Haag terug te vinden.

Sommigen beweren dat je een metropool kunt herkennen aan het hebben van een ‘underground’ en het belang daarvan. Als dat zo is, dan valt zeker niet te ontkennen dat Rotterdam met recht als ‘Manhattan aan de Maas’ kan worden bestempeld.

Bron kopafbeelding: Herbert Behrens, Nationaal Archief, Anefo, CC0 (1968).