De Rotterdamse derby staat voor de deur. Een mooi moment om met een paar coryfeeën uit de geschiedenis van Feyenoord en Sparta aan het woord te laten en hen te vragen naar het belang van de onderlinge confrontatie.

Aan deze radioreportage (en dit artikel) hebben keeper Pim Doesburg, Joop van Daele, Peter Houtman en de weduwe van Tonny van Ede meegewerkt.

Memorabele wedstrijden
Pim Doesburg is tussen 1962-’67 en 1970-’80 keeper van Sparta. Later komt hij in dienst van Feyenoord als keeperstrainer. Zijn eerste Sparta-Feyenoord – in 1962 – kan hij zich als de dag van gisteren herinneren. Doesburg: ‘Het was Tweede Kerstdag. Het vroor dat het kraakte. Het veld was keihard. Feyenoord wilde niet spelen, maar wij wel. De wedstrijd ging door en wij wonnen met 3-0. Ja, uniek. Dat was een zeer bijzonder moment voor mij.’

Ook Joop van Daele kan zich een specifieke wedstrijd nog herinneren. ‘We speelden in 1970 op het Kasteel en wij wonnen vrij makkelijk. Maar die wedstrijd is natuurlijk vooral heel beroemd geworden doordat Eddy Treijtel met die bal een meeuw uit de lucht schoot’, vertelt de lange Feyenoorder met een lach op z’n gezicht.

Uitverkochte derby

Peter Houtman speelde tijdens zijn loopbaan voor Feyenoord en Sparta. Hij heeft geen memorabele Sparta-Feyenoord op zijn netvlies staan. ‘Wat ik mij wel van kleins af aan herinner, is dat die duels altijd zo beladen waren. Toch wel anders dan nu. Weken van tevoren was die wedstrijd al uitverkocht en leefden de mensen er naartoe’, aldus de voormalig topschutter die zelf als klein jongetje vanuit Hoogvliet veel wedstrijden van Feyenoord en Sparta bezocht.

Ook Gonnie van Ede, weduwe van Sparta-icoon Tonny ‘De Schicht’ van Ede, beaamt de populariteit van de Rotterdamse derby. ‘Er was vroeger een enorme run op die kaartjes. Ze liepen al weken voor die wedstrijd de deur bij ons plat voor kaartjes’, vertelt ze.

Topploeg Sparta

Het is niet zo gek dat de stadsderby vroeger zo beladen en populair is. Sparta is tot in de jaren zeventig een goede subtopper, zo niet een topploeg in Nederland. Het landskampioenschap uit 1959 is daar het bewijs van. Het verschil tussen grote club uit Zuid en rood-witten uit Spangen is lange tijd minimaal.

‘Nee, wij wonnen niet zomaar van Sparta. Zij combineerden techniek met fysiek vermogen’, aldus Van Daele. De oud-Feyenoorder legt daarnaast uit dat er bij Feyenoord en Sparta, maar ook Excelsior, lange tijd veel echte Rotterdammers spelen. Dit maakt het voor de spelers onderling ook extra interessant om tegen elkaar te spelen. Van Daele: ‘Je kende elkaar goed door het voetbal of door school. En elke Rotterdamse ploeg had goede spelers.’

De beleving

Volgens Houtman is er wel een duidelijk verschil hoe Spartanen en Feyenoorders de onderlinge confrontatie benaderen. ‘In het algemeen gunnen Feyenoorders Spartanen het beste. Dat is andersom niet altijd zo. Een bekende uitspraak van Spartanen van vroeger is: ik ga alleen naar De Kuip als ie brand staat’, aldus de huidige stadionspeaker van Feyenoord.

Gonnie van Ede en haar man beleefden Sparta-Feyenoord op een andere manier dan Houtman, Doesburg en Van Daele. Van Ede: ‘Voor Tonny en mij was het gewoon een van de wedstrijden. Het zijn vooral de supporters en pers die er meer van maken. Tonny was ook niet extra zenuwachtig om te spelen tegen Feyenoord. Wij waren onderling ook goed met de Feyenoorders, zoals Eddy PG, Cor van der Gijp en Gerard Kerkum. En zo hoort het ook.’

Kopafbeelding: Willem van Hanegem pakt de bal uit het doel en Pim Doesburg ligt er verslagen bij. (Bron: Rob Mieremet, Nationaal Archief/Anefo CC0, 1974).